contact  zoeken  impressum 
  
 links 

 

Irak - Joegoslavië of Zwitserland?

Michiel Klinkhamer

4/2003

            

Een korte analyse van de politieke historie en toekomst van Irak.


Ottomaanse rijk in 1914

Door Michiel Klinkhamer

Net als Joegoslavië en Tsjecho-Slowakije is Irak een van de nieuwe staten die zijn ontstaan uit de Eerste Wereldoorlog, het conflict dat het Russische staatscommunisme, het Duitse revanchisme en de opkomst van de economische wereldmacht van de VS baarde, oftewel de belangrijkste tegenstellingen van de 20e eeuw. De eerste twee machten zijn verslagen, maar de laatste is sterker dan ooit en bereid om zijn macht aan hele werelddelen op te leggen.

De meeste nieuw opgerichte staten berustten op het idee van een nationale eenheidsstaat, al dan niet afgezwakt tot federatie en bleken potentiële brandhaarden. Joegoslavië en Tsjecho-Slowakije overleefden het daglicht van de democratie dan ook niet en vielen uiteen in deelstaatjes.

Irak is, net als de meeste Balkanstaatjes, veroverd op het Ottomaanse Rijk. Een maand na de Brits-Turkse oorlogsverklaring van oktober 1914 landde een Brits expeditieleger in Basra teneinde de olievelden van het gebied te beschermen tegen de Turken en hun Duitse bondgenoten, dat in 1915 jammerlijk in de pan werd gehakt, een begin van de 40.000 Britten die in Irak zijn gesneuveld. In de daarop volgende jaren werd het grootste deel van de drie provincies alsnog door een versterkte Britse troepenmacht veroverd, waarbij de inzet van het luchtwapen een beslissende rol speelde.

Het gebied werd door de Volkerenbond als mandaatgebied toegewezen aan de Britten, die de drie historische provincies Basra, Bagdad en Mosul in 1920 samenvoegden tot één land. Hiermee gingen zij in tegen het advies van kapitein Arnold Wilson, die zij als civil commissioner, dwz als een soort gouverneur hadden aangesteld in het veroverde Bagdad. Deze verklaarde dat de vorming van een nieuwe staat slechts rampzalige gevolgen zou hebben voor de verhoudingen tussen de drie provincies, waarbij hij wees op de verschillen tussen de drie grootste gemeenschappen, die der Koerden, soennieten en sji'ieten. Hij waarschuwde dat de laatste groep, die toen reeds een meerderheid vormde, overheersing door soennieten niet zou aanvaarden, terwijl alle plannen voor staatsvorming uitgingen van een soennitische dominantie. Uit de werkelijke aard en hoedanigheid van het gebied volgde dat een Iraakse eenheidsstaat slechts zou kunnen bestaan als "antithese van een democratische bestuurë.

In 1920 brak een opstand uit tegen het nieuwe Britse bestuur, waarbij de oppositie verschillende motieven had. De sji'ieten waren ontevreden met het nieuwe bestuur, omdat het uit christenen bestond. De Arabische nationalisten, vooral soennieten, wilden Arabische onafhankelijkheid. Veel stammen waren tegen de Britten omdat zij efficiënter belasting inden dan de Turken. De opstand werd met grof geweld onderdrukt, waarbij er volgens sommige historici gifgas aan te pas moest komen om de Britse heerschappij te herstellen.

Het kwam niet in de Britten op om, als zij dan toch een staat wilden oprichten om hun imperiale en oliebelangen veilig te stellen, tenminste uit te gaan van de historische, etnische en religieuze gesteldheid van het grondgebied, die nota bene in de demografie duidelijk naar voren kwam. Op het demografische patroon van die verhoudingen had men een territoriale opzet van het regionaal en nationaal bestuur kunnen enten.

In plaats daarvan haalden zij een lid van de hasjemitische (afstamming van de profeet Mohammed claimende) familie uit Mekka naar Irak, om wiens heerlijkheid zij een monarchie bouwden, die als nationaal bindmiddel en basis voor landsbestuur moest dienen. Koning Faisal de 1e bleef voortdurend afhankelijk van Britse steun en slaagde er niet legitimiteit te winnen in de ogen van de bevolking. Voor zijn dood in 1933 gaf hij toe, dat hij weliswaar als heerser, maar eigenlijk nooit als koning was geaccepteerd: "Er is nog steeds niet één Iraaks volk, maar onvoorstelbare massa's mensen zonder patriottische opvattingen, doordrenkt van religieuze tradities en absurditeiten, door geen enkele gemeenschappelijke band verbonden, die hun oren naar het kwaad laten hangen, geneigd zijn tot anarchie en voortdurend bereid zijn om in opstand te komen tegen wat voor regering er ook is.ë

In 1932 verleenden de Britten nominaal onafhankelijkheid, maar Irak bleef een land zonder staatkundige geschiedenis ñ het "Iraakse volkë had immers even weinig met het oude Mesopotamië te maken als de huidige Italianen met de Romeinen - en zonder nationaal, religieus of etnisch bindmiddel, of een andere vorm van saamhorigheidsbewustzijn. Aangemoedigd door de aanvankelijke successen van Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog, trachtte premier Rashid Ali in 1941 zich aan de controle van de Britten te onttrekken, hetgeen werd afgestraft met een nieuwe Britse invasie. De monarchie kwam onder toenemende druk van het Arabische nationalisme te staan en werd in 1958 afgezet.


Michel Aflaq: grondlegger Ba'ath ideologie

Amerikaanse invloed

Nauwelijks was de Britse invloed op Irak met de val van de monarchie ten einde gekomen, of de Amerikaanse invloed begon zich te laten voelen. Bekijkt men in vogelvlucht de geschiedenis van de naoorlogse Amerikaans-Iraakse betrekkingen, dan tekent zich achter de nevel van hoogdravende praat over dekolonisering en democratisering een hardnekkige tendens van divide et impera af.

In 1959 knoopte de CIA, de "clandestiene arm van het Amerikaanse buitenlandse beleidë, zoals deze door een CIA-kenner genoemd werd, banden aan met Saddam Hussein, toen in de leeftijd van begin twintig. Daaruit kwam een mislukte aanslag op premier Kasem voort, waarna Saddam naar Egypte vluchtte. In 1963 kwam de socialistische Ba'ath-partij, weer met hulp van de CIA, via een staatsgreep tijdelijk aan de macht en in 1968 vestigde zij zich stevig in het zadel.


Saddam Hoessein in 1980

De ideologie van Ba'ath was een aan Europa ontleende kuur voor een Europese kwaal. Tegenover het Europese verdeel-en-heers stelde de Ba'athisten een Frans aandoend mengsel van nationalisme en socialisme, met als occulte onderstroom een heilsverwachting. Algemene menselijke waarden, gedefinieerd als eenheid, bevrijding en socialisme, werden gekoppeld aan een groep, de Arabische natie, die zo drager werd van de Vooruitgang. Uit Europa werden gelijkheidsleer, seculariteit en moderniteit overgenomen. Uberhapt het idee om zo'n ideologie te vormen als politieke beweging, als voertuig voor vervolmaking van een deel van de aarde, kwam uit Europa. Ba'ath betekent "Wedergeboorteë, een concept dat in de islam niet voorkomt, maar kennelijk wel op de Arabische onderbuik aangrijpt. De oprichter van deze leer van de aardse Arabische wedergeboorte was dan ook een Syrische christen, Michel Aflaq, die gestudeerd had op de linkse Sorbonne-universiteit in Parijs en daar de inspiratie opdeed om het Europese seculiere verlossingsdenken in een Arabisch jasje te gieten. Zo lieten miljoenen Arabieren zich verleiden door een karikatuur van de christelijke verlossingsleer, dat via het socialisme uiteindelijk in Syrië en Irak was terechtgekomen en daar de aanstoot gaf tot de vorming van Partij van Wedergeboorte, want dat is de letterlijke betekenis van Ba'ath-partij.

Door nationalisatie van de grote industrieën, waaronder die van de olieproductie, maakte de Iraakse Ba'ath-partij financiële middelen vrij die zowel in de opbouw van een dictatuur, als in ongekende economische en maatschappelijke bloei omgezet werden. Door de daaropvolgende boycot van westerse regeringen dreef het land echter af naar de invloedssfeer van de Sovjet-Unie.


Oorlog Irak-Iran: een verwoestende oorlog

1979: Saddam Hussein

In 1979 greep Saddam Hussein binnen de Ba'ath-partij de macht, die dankzij de financiële inkomsten uit de olieproductie uit de grip van de Sovjet-Unie bleef, maar wel aan dat land het voorbeeld ontleende van een neostalinistische eenpartijstaat, compleet met showprocessen, afrekeningen, partijzuiveringen, terreur, persoonlijkheidscultus, en met een verharde vorm van de ideologie van Arabisch nationalisme die hij in een leninistische partijvorm goot.

Nauwelijks had Hussein zijn macht geconsolideerd, of er werd hem bij een bezoek aan Saoudi-Arabië in augustus 1980 door de toenmalige kroonprins Fahd te verstaan gegeven, dat de regering van president Jimmy Carter geen bezwaar zou maken tegen een Iraakse aanval op het bevolkingsrijke buurland Iran, dat zojuist in de greep van het sji'itische fundamentalisme was geraakt. In april 1981 bevestigde de Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken Alexander Haig in een top-secret memorandum, dat deze aanwijzing inderdaad van de Amerikaanse regering gekomen was. Bevreesd voor een overslaan van het fundamentalisme op de sji'itische meerderheid in Irak en met de wetenschap van Amerikaanse oorlogssteun, liet Hussein een grensgeschil escaleren tot een strijd tussen de Arabische en de Perzische broeder. Tijdens deze oorlog, die van september 1980 tot augustus 1988 duurde, leverden Amerikaanse bedrijven met medeweten van Washington wapens aan beide strijdende partijen, waardoor de oorlog veel bloediger werd dan als die met minder en primitiever wapentuig was uitgevochten. Divide et impera. Irak raakte tijdens de oorlog op een geven moment zo afhankelijk van Amerikaanse informatie en wapens, dat de Defense Intelligence Agency gedurende enige tijd feitelijk tactisch en strategisch leiding gaf aan de Iraakse strijdkrachten. De Amerikaanse steun werkte zo uit, en daaruit spreekt een cynische logica, dat beide partijen lange tijd noch konden winnen, noch verliezen, waardoor een snelle overwinning of constructieve wapenstilstand onmogelijk werd, de oorlog langer duurde en beide landen elkaar maximaal verzwakten.


Koeweit 1991: uitgebrande Iraakse tank

Eerste Golfoorlog

Dit alles geeft te denken over het provocatieve antwoord dat de Amerikaanse ambassadeur in Irak (April Glaspie) op 25 juli 1990 aan Hussein gaf, toen deze vroeg wat de mening van haar regering was zou zijn als hij af zou zien van het betwiste grensgebied met Iran en zich in het zuiden zou compenseren met een eventuele verovering van Koeweit: "We hebben geen mening over onderlinge Arabische conflicten, zoals uw dispuut met Koeweit. Minister Baker heeft mij opgedragen de instructie te benadrukken, die voor het eerst aan Irak is verstrekt in 1960, dat het vraagstuk van Koeweit niet verbonden is [not associated with] aan Amerika.ë Uit dat antwoord, dat Hussein deed glimlachen, en de verklaring voor het Congres van de onderminister van Buitenlandse zaken voor het Midden-Oosten John Kelly op 31 juli, dat de VS niet de bedoeling hadden om Koeweit te verdedigen als het door Irak werd aangevallen, trok Hussein destijds de conclusie dat hij de aanval op Koeweit in feite met Amerikaanse instemming mocht openen, hetgeen hij op 2 augustus ook deed.

Het vervolg is bekend. Koeweit werd na een driedaags grondoffensief bevrijd, de Amerikaanse president en opperbevelhebber van de strijdkrachten George Bush senior, roept de sji'itische meerderheid en de Koerdische minderheid op tot een opstand tegen Hussein, maar laat als puntje bij paaltje komt het ernstig verzwakte Iraakse regime voldoende capaciteit behouden om het land, door het wreed neerslaan van de opstanden, nog verder te verzwakken. Sancties van de Verenigde Naties zorgen er vervolgens voor dat Irak nog tien jaar aan de ketting blijft liggen, zich economisch niet kan herstellen en via het olie-voor-voedsel-programma voor het voeden van 60% van zijn bevolking afhankelijk wordt van de VN. Ze versterken tevens de facto de positie van de tiran, die beschikbaar blijft om later weer opgeklopt te worden van neostalinistische dictator tot mini-Hitler.

Post-totalitair Irak

Het volk van Irak vormt, na de omverwerping van de dictatuur van Hussein en de Ba'ath-partij, nog steeds geen volk, maar een lappendeken van stammen, religieuze en etnische groeperingen. Het bestaat, net als Joegoslavië, uit drie belangrijke bevolkingsgroepen, die grotendeels samenvallen met de drie Ottomaanse provincies en die alle een eigen etnische, taalkundige en religieuze identiteit kennen. De Koerden in het noorden, de soennieten in het midden en de sjiieten in het zuiden. Het valt niet te ontkennen dat er ook ideologische en partijpolitieke scheidslijnen zijn, die dwars door deze drie gemeenschappen heenlopen en dat ze demografisch gezien niet geheel gescheiden zijn. Zo wonen er een miljoen Sjiieten in Bagdad en heeft het regime pogingen gedaan tot interne kolonisatie, waarbij Soennieten aangemoedigd werden zich in noordelijke steden te vestigden. Deze scheidslijnen doen echter niet af aan het feit, dat Irak in wezen nog een land is met drie historische regio's, die maar niet willen samensmelten tot één Iraakse natie, die drager van een democratie kan zijn.

Een dergelijke kunstmatige staat kan op lange termijn alleen door dwang van binnenuit of van buitenaf in stand gehouden worden. Bijvoorbeeld door een krachtige monarchie of een dictatuur, of door Angelsaksische overheersing of wellicht VN-toezicht. Hoewel de bloedigheid van het regime van Sadam Hussein samenhing met diens meedogenloze aard, is het feit, dat er een dictatuur nodig was om het land te besturen, geen gevolg van het verdorven karakter van deze ene persoon, maar van de instabiele basis waarop de staat Irak door de Britten is gebouwd.

Het dilemma van elk regime in Irak is namelijk, dat de economie van het land afhankelijk is van de olievoorraden, waaruit het grootste deel van het bbp afkomstig is, die geconcentreerd zijn in het noorden, waar de opstandige Koerden dominant zijn, en in het grotendeels door sjiieten bewoonde zuiden, terwijl soennieten uit het middengebied doorgaans de basis vormen van het regime, dat over de drie landsdelen heerst. Aangezien elk Irakees regime voor zijn militaire uitgaven en voor het onderhouden van zijn netwerk van cliënten afhankelijk is van de opbrengsten van de olie, is Bagdad geneigd die gebieden sterk te controleren, waardoor het separatisme aldaar wordt aangewakkerd en opstanden en vergeldingen elkaar afwisselen. Men zou zich kunnen voorstellen dat Koerd en sjiiet, als het centrale bestuur uiteindelijk wegvalt, hun eigen weg willen gaan en hun olievelden zelf gaan exploiteren, zodat er een rompstaat overblijft van Bagdad met omgeving, die zich met industrie en toerisme moet bedruipen.Democratie

Samenvattend kan men stellen, dat Irak sinds zijn ontstaan nooit ook maar een zweem van democratie heeft gekend. Het is begonnen als monarchie, in 1958 na een staatsgreep een republiek geworden en de laatste twintig jaar tot een neostalinistische dictatuur verhard. De meest welvarende periode van Irak deze eeuw was die van de jaren 1972-1980 toen onder de socialistische Bath-partij de olieproductie genationaliseerd werd en met de opbrengsten daaruit een moderne infrastructuur opgebouwd werd, aanzienlijke investeringen in onderwijs en gezondheidszorg gedaan werden, een industrie opgebouwd werd en maatschappelijke hervormingen werden begonnen, waaronder vrouwenemancipatie. Dit tot onvrede van de Amerikaanse en westerse regeringen, die tot een boycot overgingen, die Irak deed afdrijven af naar de invloedsfeer van de Sovjet-Unie, waaraan Hussein, nota bene aan de macht gekomen met steun van de CIA, het model ontleende voor zijn latere neostalinistische dictatuur.

Een democratie heeft een organisch gevormde staat nodig, zoals een huis een fundament. Een levensvatbare staat moet de historisch-culturele verhoudingen van zijn grondgebied uitdrukken en gedragen worden door een algemeen en duurzaam gevoel van saamhorigheid en lotsverbondenheid van zijn inwoners. Als de geallieerden werkelijk een democratisch bestel in het huidige Irak zouden implanteren, zou dat bouwsel rusten op het gammele fundament van een kunstmatige staat, op de drassige grond van een mythische nationale eenheid, dat bij de eerste stevige storm averij zou oplopen.

Zo zouden de sjiieten bij democratische verkiezingen een meerderheid kunnen behalen en een regering vormen, die op de soennitische gemeenschap zou overkomen als een tirannie van de meerderheid, om van de Koerden maar te zwijgen. De sjiietische gemeenschap is in religieus opzicht meer op Iran ingesteld en geneigd zich op dat land te oriënteren, dan op Bagdad. Zo'n regering zou onherroepelijk tot een vergroting van de invloed van Iran leiden, hetgeen voor zowel Amerika, als Israël, als de Soennieten en de Koerden onaanvaardbaar zou zijn.

Joegoslavië of Zwitserland?

Als de tiran verdreven en de opluchting bij de bevolking voorbij is, zal blijken dat geforceerde nation building geen werkelijke duurzame natie kan opleveren en zullen grote delen van de bevolking terugvallen op de meest hardnekkige structuren die het land kent, namelijk stamverbanden, etniciteit en religie.

Voordat de Irakezen een stabiele democratie kunnen opbouwen, moeten ze eerst een levensvatbare staat stichten. Daartoe zouden de betrokken partijen het idee van een Irakese natie moeten laten vallen en een staatsvorm moeten zoeken, waarin de drie grote gemeenschappen niet als een verzameling gelijkberechtigde burgers, maar als afzonderlijke gemeenschappen door de grondwet erkend worden. Sterker nog, deze drie groepen moeten de grondwet gaan dragen, waarop de staat gebouwd kan worden.

Als de huidige staatsvorm toch al een amalgaam is van oorspronkelijke Britse en Russische antecedenten, waarom dan niet nogmaals naar Europa geblikt om te onderzoeken of daar een land is, waar drie etnische groepen met onderlinge religieuze en taalkundige verschillen, een vorm gevonden hebben waarin ze in vrede in één staat hebben leren leven en geen verlangen hebben om zich af te scheiden en bij buitenlandse stamgenoten te voegen? Zo'n land bestaat en het heet Zwitserland. Daar wonen drie grote etnische groepen en een kleine, in volledige taalkundige, culturele en regionale onafhankelijk samen in één land.

De sjiieten zouden volledige regionale autonomie moeten krijgen, waarin ze desgewild zelfs de culturele en religieuze banden met Iran kunnen aanhalen. Door deze structuur kan de toegenomen invloed van Iran niet meer heel Irak doortrekken, omdat die door het soennitische midden wordt opgevangen en niet tot het autonome noorden doordringt. De Koerden krijgen geen eigen staat, maar wel een volledig autonome deelstaat, waarin ze hun eigen taal kunnen gebruiken in het verkeer met de overheid, en onderwijs, bestuur en politie zelf kunnen organiseren. Bagdad en omgeving worden tot een autonoom gebied, een centrum van Arabische cultuur en geschiedenis, verrijkt door de aanwezigheid van 1 miljoen sjiieten. Het kan dan een soort Gen've of Z¸rich worden. De soennieten kunnen dan niet met macht het land besturen, maar met gezag het evenwicht tussen noord en zuid behouden vanuit het schitterende Bagdad.

Doordat alle regio's autonoom zijn, zal het separatisme afnemen en zullen de leiders van deze gemeenschappen kunnen gaan inzien, dat de economische en politieke voordelen van samenwerking in een vernieuwd Irak opwegen tegen de kortstondige trots van balkaneske ministaatjes en tot een billijke verdeling van de olieopbrengsten komen. Irak zal, als het zich van totalitarisme en bezetter weet te ontdoen, ofwel het Zwitserland, ofwel het Joegoslavië van het Midden-Oosten worden.



Ahmed Shah Massoud

Afghanistan

Het was de legendarische Afghaanse vrijheidsstrijder Ahmed Shah Massoud, die na 10 jaar verzet tegen de sovjet-bezetting en nog eens 10 jaar zinloze en bloedige interne strijd in de laatste jaren belangstelling op had gevat voor Zwitserland en serieus van plan was om het Zwitserse systeem van regionale autonomie te bestuderen als model voor Afghanistan. Beide landen kampten immers met dezelfde uitdaging: hoe taalkundig, religieus en etnisch verschillende groeperingen zodanig in de staatsvorm tot uitdrukking te laten komen, dat zij zich niet meer in hun identiteit bedreigd voelen en bereidheid tot duurzame compromissen kunnen ontwikkelen. Voordat Massoud zijn visie voor het nieuwe Afghanistan kon presenteren, werd hij op 9 september 2001 door twee zelfmoordterroristen om het leven gebracht. Volgens een van zijn bodyguards was de aanslag georganiseerd door de Pakistaanse inlichtingendienst ISI, die sinds jaar en dag onder sterke invloed van de CIA staat. Twee dagen later werden de aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon uitgevoerd, die de aanleiding werden voor een oorlog tegen Afghanistan. Na de oorlog werd Hamid Karzai aan de macht gebracht, een voormalig werknemer van United Oil of California en sinds tientallen jaren contactpersoon van de CIA.

Een eenheidsstaat verdrukt altijd minderheden. Het is bovendien eigenlijk verwonderlijk, dat Europa al eeuwen de eenheidsstaat als model exporteert, terwijl wij Zwitserland in ons midden weten. Het Zwitserse model biedt, mits het aan de historische en actuele context van een land wordt aangepast, een veel natuurlijker aangrijpingspunt voor landen als Irak en Afghanistan, om in plaats van een dwangbuis een maatpak te nemen. Dat zou de insteek van Europese politici bij de wederopbouw van Irak moeten worden.

Dit artikel verscheen in verkorte vorm in de Haagsche Courant op 8 april 2003

 themen 

 

 web-site