![]() |
| ||||||||||||
|
|
links
|
Bruisvat 9, voorjaar-zomer 2003 De doorbraak van de VS als wereldmacht in de 20e eeuw door Ezrah Bakker Over de Eerste Wereldoorlog (WO I) wordt nog maar weinig gesproken. In Nederland heeft dit onderwerp nooit een belangrijke plaats in ons geheugen of in onze psyche ingenomen. Voor de betrokkenen van destijds zijn er op het eerste gezicht weinig redenen om hier nog al te veel aan herinnerd te worden. Toch betekent WO I de ondergang van de wereldmacht van Europa en luidt de doorbraak in van de Verenigde Staten als uiteindelijk enige wereldmacht in de 20e eeuw. WO II is in essentie een vervolg, een bekrachtiging. Na de val van de Muur in 1989 worden de consequenties hiervan pas echt duidelijk . Genoeg redenen dus om je in WO I te verdiepen. VooruitgangsgeloofEen boeiend gezichtspunt om mee te beginnen biedt een blik in het brein van de gemiddelde Europese brave burger anno 1900. Die had een geweldig positief beeld van de toenmalige beschaving en vermoedelijk van zichzelf. Fantastische uitvindingen veroorzaakten een geweldige economische voorspoed waarvan het eind bij lange na niet in zicht was. Europa had al dertig jaar geen enkel groot conflict meer op haar bodem gehad. Tal van rechtshervormingen zoals de intrede van sociale uitkeringen, gaven goede reden om in de voortgang van de beschaving te geloven. Internationaal gezien werd de wereld verdeeld door middel van conferenties in plaats van kanonnen, zoals Afrika op het congres van Berlijn in 1885. De Europese beschaving was bezig met een mondiale zegetocht. Onmiskenbaar dringt de vergelijking zich op met het vooruitgangsgeloof zoals dat culmineerde anno 2000, vóór de ‘War on Terror’. Tot zover het burgerperspectief: een blik achter de schermen van de wereldpolitiek leert iets anders. Het zijn de hoogtijdagen van de klassieke diplomatie, waarbij continu in schimmige onderonsjes tussen landen allerhande verdragen worden gesloten. Het geheel wekt de indruk van een spelletje Risk dat voortduurt tot diep in de nacht. De meeste historici wijzen tegenwoordig terecht op die wijdverbreide Riskmentaliteit als oorzaak van WOI. Doorgaans stelt men zich ter beantwoording van de ‘schuldvraag’ terughoudend op. Daardoor zijn de directe oorzaken van WO I volledig in de mist komen te hangen en ziet men vervolgens toch diepere consequenties over het hoofd. In 1999 verscheen ‘De Andere Waarheid’ van de hand van J.Andriessen, een amateur-historicus, die documenten boven water heeft gehaald en diplomatieke correspondentie en memoires van betrokkenen diepgaand heeft bestudeerd. Hij komt tot gevolgtrekkingen die een vrij schokkend beeld geven van de werkelijkheid. (1) Frankrijk en RuslandFrankrijk profileerde zich na de definitieve val van Napoleon in 1815 wederom als absolute wereldmacht. Enorme gebieden in Afrika en Zuidoost Azië werden toegevoegd. In Europa viel het Duitsland aan in 1870, maar werd binnen een jaar smadelijk verslagen. De Duitsers namen Elzas–Lotharingen in beslag, een omstreden gebied met een Frans–Duitse bevolking dat van hand tot hand ging en enkele decennia eerder door Napoleon bij Frankrijk was gevoegd. Duitsland bestond toen overigens nog niet; deze oorlog vormde de aanleiding tot de Duitse eenwording onder het Pruisen van Bismarck. In Frankrijk zon men op een mogelijkheid om ooit ‘Alsace-Lorraine’ weer te heroveren. Dieper liggend motief was de wens om weer de grootmacht van weleer te kunnen zijn op het Europese vasteland; een rol die door de Duitse eenwording nu ver weg leek. In 1893 sloten de Fransen een militair verdrag met Rusland: beide landen beloofden elkaar onvoorwaardelijke steun bij wat voor oorlog dan ook met Duitsland of Oostenrijk-Hongarije (OH). Het doorslaggevende artikel van het verdrag bevatte de afspraak dat als één van deze twee zou mobiliseren, Frankrijk en Rusland dat ook meteen zouden doen en direct hun troepenmacht naar de grenzen zouden brengen om met de grootste spoed Duitsland van beide kanten aan te vallen. Dit hoogst agressieve verdrag bevat de kiem van WO I. Het was echter geheim. Het Franse parlement werd niet op de hoogte gebracht en ook de meeste ministers van daaropvolgende Franse regeringen waren er niet mee bekend, tot het uitbreken van de oorlog. Vanaf 1906 vonden de Fransen, ook weer in het geheim, een andere bondgenoot in Engeland. De Russen hadden een bijna obsessieve wens om, via de Bosporus, vrije toegang te krijgen tot de Middellandse Zee. Hier lag echter Istanboel, de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk (Turkije). Een ander aspect van de Russische politiek betrof het pan-Slavistische ideaal, waarbij alle Slavische volkeren in een soort volkerenverbond verenigd en onder leiding van Rusland dienden te komen. OH zat hierbij in de weg, met de vele Slavische volkeren in haar rijk en op de aangrenzende Balkan. Een derde, simpeler punt luidt eenvoudigweg dat Rusland zichzelf waar wilde maken als absolute wereldmacht en mogelijkheden zag om in één klap van twee grootmachten af te komen. Tegelijkertijd liep het land ver achter op de 19e eeuwse beschavingstendens. Het had de meest autocratische bestuursstructuur van Europa en een economie die nog grotendeels op landbouw was gebaseerd met uitbuiting van de vele kleine boeren door grootgrondbezitters. Het leek maar niet tot de Russische elite door te dringen dat het vooreerst zaak was om het eigen land te moderniseren; voortdurend ging de aandacht uit naar uitbreiding van de Russische grenzen en invloedssfeer. Het land versloeg Turkije in 1878 en veroverde zo definitief de Kaukasus. Door expansiezucht in Mantsjoerije en Korea raakte het in oorlog met Japan, waarbij het grootste deel van de Russische vloot werd vernietigd. Dit was de druppel die leidde tot de revolutie van 1905, die bloedig werd neergeslagen.(2) De modernisering van de Russische strijdkrachten werd nu voortvarend in gang gezet met behulp van gigantische Franse leningen. Spoorlijnen werden aangelegd naar de westgrenzen om een eventuele mobilisatie zo snel mogelijk te kunnen doen verlopen. Engeland en DuitslandEngeland had haar koloniën en ‘protectoraten’ in de laatste dertig jaar van de 19e eeuw geweldig uitgebreid. Te noemen vallen Egypte, Koeweit, Oman, Birma, Soedan, Rhodesië en Zuid-Afrika. Dat kon zij doen omdat zij al meer dan honderd jaar de wereldzeeën beheerste. De snel groeiende economische macht van Duitsland baarde een handvol mensen in Engeland echter zorgen. Sleutelfiguur in dit hele gebeuren is Lord Edward Grey, minister van Buitenlandse zaken van 1905-1916. Rondom hem groepeerde zich in het Imperial Defense Comittee (IDF) een select gezelschap, waaronder de Engelse koning, dat Engeland voorbereidde op een oorlog met Duitsland. In 1906 kwam de militaire samenwerking met Frankrijk op gang en werd direct begonnen met de oprichting van een Britse expeditiemacht van 100.000 man die binnen twee weken zou kunnen worden ingezet op het vasteland. (3) Het Britse parlement was tot het uitbreken van de oorlog niet op de hoogte van de vergaande militaire verplichtingen die vanuit het IDF waren aangegaan.(4) Vanaf 1897 waren spanningen gerezen inzake de Duitse plannen om over te gaan tot de bouw van een grote oorlogsvloot, nog steeds een favoriet argument als bewijslast voor de Duitse oorlogszucht. Een enkele blik op de statistieken toont een geheel ander beeld: de Britse vloot was niet alleen oppermachtig, ze groeide nog steeds. De Britse admirale staf had reeds in 1900 geanalyseerd dat het in geval van een oorlog met Duitsland betrekkelijk eenvoudig zou zijn om de Duitse aanvoerroutes in de Noordzee af te snijden. Alleen een stevige Duitse oorlogsvloot zou een streep kunnen zetten door deze plannen. Keizer en Bondsdag gaven echter toe aan de grote druk en reduceerden in vergaande mate de vlootbouwplannen. De Britse publieke opinie was bepaald niet anti-Duits en had daarvoor ook geen enkele voedingsbodem. Uitdrukkelijk was dan ook de afspraak met Frankrijk gemaakt dat de Britten alleen te hulp zouden kunnen schieten, indien duidelijk gemaakt kon worden dat Duitsland de agressor was. Een Duitse inval in België bood daartoe het ideale scenario. Omtrent een mogelijk bondgenootschap met Rusland bij een oorlog met Duitsland is daarentegen niets op papier te vinden, behalve zeer versluierde toespelingen. (5) Alles wijst op de sleutelpositie van Frankrijk in dezen. Het verslaan van Frankrijk en de daaropvolgende eenwording van Duitsland in 1871, alsmede de enorme groei van de industrie gaven de Duitsers reden om zich tot de grootmachten te rekenen. In Afrika en de Stille Oceaan waren na internationaal overleg enkele Duitse koloniën gevestigd. De Duitse ambitie was niet gering, maar in militair opzicht beduidend ingetogener dan Fransen, Britten en Russen. Duitsland richtte zich voornamelijk op economische expansie. In 1903 ging bijvoorbeeld de bouw van de Berlijn-Bagdad-Basra spoorlijn van start, een regelrechte aantasting van de door Britten beheerste scheepvaartroute over het Suez–Kanaal en Gibraltar. Belangrijker is dat de Engelse industrie alleen al op de eigen thuismarkt bij vlagen volslagen weggeconcurreerd werd door “Made in Germany”- producten en haar controle op de wereldmarkt voor tal van grondstoffen in gevaar zag komen.
De Duitse militaire top hield Frankrijk in de gaten en anticipeerde op een mogelijke Russische aanval in het Oosten. Met het oog hierop werd het Von Schlieffenplan ontwikkeld: een snelle aanval in het Westen, middels een omtrekkende beweging door België, gericht op het verslaan van Frankrijk, rekening houdend met een traag op gang komen van de Russen, die dan later verslagen moesten worden. De diplomatie deed vooral verwoede pogingen om met Engeland vriendschapsrelaties te onderhouden. OH werd terecht gezien als de belangrijkste partner die hoe dan ook gesteund moest worden. Samen met Italië vormde men de zgn. Driebond die elkaar wederzijdse assistentie beloofde wanneer een van de landen aangevallen werd.(6) Oostenrijk-Hongarije en ServiëOH had net als Rusland met sociale onrust te maken, zij het in de vorm van het verlangen naar meer autonomie, zo niet zelfstandigheid van met name Polen in Galicië, Tsjechen, Slowaken, Serviërs in Bosnië, Roemenen in Transsylvanië. Hoe dan ook moest het in bestuurlijk en economisch opzicht moderniseren. Het was daartoe in tegenstelling tot Rusland welzeker stappen aan het zetten en had een functionerend parlement met afgevaardigden van de verschillende volkereren. (7) OH had echter haar handen vol op de Balkan, waar grote problemen werden veroorzaakt door het sterke Servische nationalisme, met name in Bosnië. Servië was nog niet zo lang onafhankelijk van Turkije, na een zwaar bevochten vrijheidsstrijd. In 1903 werd de Servische koning vermoord door een groepering die met alle mogelijke middelen een Balkanbond onder Servisch leiderschap nastreefde. Dit leidde van dan af tot een ware terreur binnen het Servisch bestuur, met uitdrukkelijke steun van Rusland, waar stelselmatig door bedreiging en geweld meer gematigde bestuurders werden vervangen door aanhangers van de harde lijn. Dezen bedreven een zeer wilde politiek en trachtten OH te provoceren in de hoop dat daardoor een oorlog zou uitbreken met Rusland. De moord op de Oostenrijkse troonopvolger Franz-Ferdinand in Sarajevo op 28 juni 1914, werd begaan door Princip, een lid van de groepering de Zwarte Hand. (8) OH had handenvol aanwijzingen dat de leden van de Zwarte Hand tot op het hoogste niveau in Servië connecties hadden. Servië werd een hard ultimatum gesteld om geheel orde op zaken te stellen. Toen zij daarop met geen enkele serieuze handreiking reageerde, verklaarde OH op 28 juli 1914 de oorlog aan Servië. Rusland reageerde direct na het ultimatum aan Servië met het in het geheim afkondigen van de mobilisatie. Op 28 juli deed zij dit echter officieel. De Duitsers moesten nu wel in actie komen. Frankrijk reageerde (zogenaamd) hier weer op. De Duitsers trekken België binnen en Engeland reageert.(9) Op 4 augustus zijn alle bovengenoemde grootmachten in oorlog met elkaar en kan het drama zich voltrekken.(10) Tot zover het verhelderende onderzoek van Andriessen. Alvorens verder te gaan een tussenopmerking: aangezien ik na de eerste publicatie als punt van kritiek heb gehad dat het voorgaande een gewoon historisch overzicht is wat niet in Bruisvat thuishoort, nodig ik de lezer uit om eens een willekeurig geschiedenis boek te pakken. Naar zal blijken, wordt de lezer daarbij voortdurend op het verkeerde been gezet. Voor kritiek op de huidige gebrekkige methoden van geschiedschrijving verwijs ik door naar het artikel van Michiel Klinkhamer, ‘Hitler als IJsbreker van de Wereldrevolutie’ in Bruisvat 8. Een ander punt van kritiek betrof het ontbreken van een uitvoerige beschrijving van de architecten achter de Imperial Defense Comittee: zie daartoe het naschrift. OorlogDe mentaliteit van ‘voor Kerstmis weer thuis’ en een merkwaardig soort enthousiasme in vele lagen van de Europese bevolking om nu de boel maar eens met elkaar uit te vechten blijven verbazen. Al snel viel de realiteit iedereen rauw op het dak. De Duitse uitleg aan de Belgen; “we willen jullie niet bezetten, dit is voor ons een tactische noodzaak”, bleek niet veel effect te sorteren. Het Belgische leger bood fel en effectief verzet. Uit frustratie hierover sloegen bij een flink aantal Duitse troepen de stoppen door en gingen die niet alleen over tot plundering en brandstichting, maar zelfs tot massale executies van burgers. De morele verontwaardiging in Engeland bereikte grote hoogten: binnen 1 maand meldden zich een miljoen vrijwilligers om dienst te nemen, meer dan Grey had durven hopen. Al met al slaagden alle partijen erin om de troepen min of meer te krijgen waar men ze wilde hebben. Het Von Schlieffenplan mislukte: de Duitsers stonden weliswaar op 40 km van Parijs, maar bogen op een cruciaal moment af en werden teruggeworpen bij de rivier de Marne. Zeer zeker is hier sprake van een tactische blunder ter plaatse. Doorslaggevend is echter dat de Duitse legerleiding zelf afzag van de eigen planning en plots besloot om twee complete legerkorpsen (ca. 250.000 man) aan het Westfront te onttrekken. Waarom? Het Russische leger stond onverwacht binnen twee weken met een half miljoen soldaten in Oost-Pruisen tegenover 150.000 Duitse soldaten en dreigde daar door te breken. De gewaagde Duitse tegenaanval leidde tot een verpletterende overwinning. Al met al een Pyrrusoverwinning, die bovendien leidde tot de mystificatie van de Duitse generaals Hindenburg en Ludendorff, hetgeen de Duitsers nog zwaar zou opbreken. Nu liep overal de boel vast: omtrent Kerst 1914 was in het Westen één doorlopende linie van loopgraven ontstaan. Opvallend is dat de verantwoordelijke politici hun hoofden zo diep mogelijk in de grond staken en het roer nu overlieten aan de militairen. De tragiek die volgt is dat de militaire legerleiding geen enkel benul had van de werkelijkheid van moderne oorlogsvoering, en belangrijker nog, niet in staat was om een beetje leervaardigheid op te brengen. Het is vrijwel onvoorstelbaar dat het werkelijk een jaar duurde voordat generaals begrepen wat een machinegeweer nu eigenlijk te betekenen had, ondanks de mededelingen van soldaten en onderofficieren, ondanks de gigantische verliezen. Ze bleven geloven in het forceren van een doorbraak door druk op een punt in tien verschillende versies. Nu lukte dat soms ook wel, maar bedroeg de doorbraak nooit meer dan enkele kilometers, omdat een loopgraaf snel gebouwd was, de modder taai en een machinegeweer snel verplaatst. Engelse, Duitse en Franse generaals joegen miljoenen jongemannen de dood in vanuit hun strategische overtuiging inzake ‘druk op een punt’. De Engelsen beginnen met hun maritieme overmacht op 1 november 1914 aan de zeer succesvolle zeeblokkade van Duitsland met mijnen en zware controle van schepen van neutrale landen als Nederland en de VS. De Duitsers reageren met de duikbootoorlog rond de Engelse wateren op 1 mei 1915. Op 7 mei wordt het passagiersschip de Lusitania tot zinken gebracht, omdat de Duitsers vermoedden dat het munitie transporteerde. Daarbij vinden 1200 mensen de dood, waaronder 112 Amerikanen. De neutrale stemming in Amerika begint om te slaan. Haastig bieden de Duitsers hun excuses aan plus een schadevergoeding. De Amerikaanse regering weigert dit te aanvaarden. Bovendien worden kort daarna twee andere grote passagiersschepen getorpedeerd. Op de slagvelden vinden onvoorstelbare excessen plaats. Lag het accent in 1915 op het Oostfront, de Dardanellen (Bosporus) en Ieper (eerste gasaanvallen), 1916 is het jaar van de grote slagen van Verdun, de Somme, de Isonzo en wederom het Oostfront. Eind 1916 was iedereen kapot. De militairen moesten tijdelijk een stap opzij zetten voor de toenemende politieke druk om op andere wijze een einde aan de oorlog te maken. 1917: de VS treden toe tot de oorlogIn augustus 1916 was het Duits oppercommando overgedragen aan Hindenburg – Ludendorff, voorstanders van de harde politieke lijn die nauwelijks geloofden in de vredeswil van hun opponenten. Zij waren overtuigd van een beslissende doorbraak aan het Westfront en drongen aan op de onbeperkte duikbotenoorlog over de gehele Atlantische Oceaan. Binnen de Duitse regering was het met name rijkskanselier Bethmann die hun namens de meerderheid in de Rijksdag pareerde, maar deze werd keihard overruled toen hij niet opschoot. Zo kon het gebeuren dat op één dag, 31 januari, Wilson twee verschillende boodschappen ontving van de Duitsers. De ene boodschap bevatte gematigde voorstellen voor vrede, de ander luidde dat de onbeperkte duikbotenoorlog morgen van start ging. Engelsen en Fransen hadden op hun beurt eerdere bemiddelingsvoorstellen van Wilson gesaboteerd. Ondertussen lobbyden zij achter de schermen zeer intensief voor het in de oorlog treden van de VS.(11) Zij hadden intern ook met veel tegenwind uit hun parlementen te maken, maar slaagden in hun opzet.
Wilson dreigde nu de Duitsers met maatregelen ter bescherming van Amerikaanse commerciële belangen, die uitsluitend in het voordeel waren van Engeland en Frankrijk. De Amerikanen hadden namelijk wél de Engelse blokkade van Duitsland geaccepteerd. De Duitse minister Zimmermann van Buitenlandse zaken meende nu slim te zijn door alvast bij de Mexicanen om steun te gaan lobbyen tegen de VS. Zijn telegram werd onderschept en leidde tot grote verontwaardiging. Toen de Duitsers in maart drie Amerikaanse koopvaarders tot zinken brachten, zette Wilson de procedure in gang: op 2 april 1917 werd officieel de oorlog verklaard. Wilson wordt altijd als een vredesduif afgebeeld, die niet anders kon, maar je moet bij een politicus niet kijken naar wat hij in het openbaar zegt. De man lanceerde reeds in februari 1916 bemiddelingsvoorstellen waarop Duitsland en OH positief reageerden om vervolgens niets van Wilson te vernemen. Pas toen zijn herverkiezing onder de leuze ‘the man who kept us from war’ in november een feit was, kwam hij weer opnieuw met een voorstel. In de senaat was een grote oorlogsfractie onder leiding van de ex-president T. Roosevelt en die moest kennelijk eerst even verslagen worden. Er is helaas meer te melden. De Fransen en Engelsen plaatsten vanaf het begin gigantische orders in de VS. Aanvankelijk was het verboden voor de Amerikaanse banken om oorlogsleningen aan de oorlogvoerenden te verstrekken. Toen Engeland en Frankrijk blut raakten, ging het roer om, terwijl voor Duitsland en OH oorlogsleningen verboden bleven. Begin 1917 waren Engeland en Frankrijk dan toch aan de grenzen van hun kredietwaardigheid gekomen. Het eerste wat Wilson na de oorlogsverklaring deed, was Engeland en Frankrijk een staatslening van 7 miljard dollar verstrekken. Doorslaggevend voor Amerika’s deelname was echter de toezegging dat de VS uiteindelijk de vredesvoorwaarden mocht dicteren. Het is uit (vervolg-)onderzoek van Andriessen gebleken dat Wilson reeds vanaf oktober 1915 dergelijke voorstellen aan de Engelsen en Fransen had gedaan, die dit toen fel hadden afgewezen.(12) Een ander beslissend punt is dat Wilson de oorlog verklaarde toen net een doorslaggevende omwenteling plaats had gevonden in Rusland. Daar brak in maart 1917 de revolutie uit en trad de Tsaar terug. De Doema nam de macht over en besloot weliswaar tot voortzetting van de oorlog, maar het Russische leger deserteerde met duizenden. Alsof het nog niet genoeg was, brak eind april binnen het Franse leger grootschalige muiterij uit. Waren de VS niet tot de oorlog toegetreden, dan was deze hoe dan ook eerder ten einde gekomen. Wilson’s vredesvoorwaarden werden gaandeweg duidelijk. Hij bleek zich niet op het doel te richten om de oorlog te beëindigen, maar om een nieuwe wereldorde te vestigen. Dit culmineert in de 14 punten die hij op 8 januari 1918 lanceert als voorwaarden voor vrede. De fameuze punten van Wilson stoelden op ‘het zelfbeschikkingsrecht der volkeren’, met als onderdeel de oprichting van een Volkerenbond en uiteindelijk zelfs het in gang zetten van de totale dekolonisatie. Het zijn Duitsland en OH die deze ideeën als eerste opgelegd kregen.(13) De laatste faseKort en goed: Ludendorff was zo bijdehand om Lenin over te brengen naar Petersburg om Rusland verder te destabiliseren. (14) Tegelijkertijd opende hij aldaar de aanval. In november greep Lenin definitief de macht, hetgeen in maart 1918 leidde tot de Vrede van Brest-Litowsk. Ludendorff startte nu de frontale aanval in het Westen, waarbij de loopgravenlinies zowaar doorbroken werden en Parijs werd genaderd. Het mislukte mede omdat de moraal en discipline van de Duitse troepen enorm gedaald bleken te zijn. De tegenaanval liet niet lang op zich wachtten. Ook nu kwam het tot een doorbraak: in oktober stonden de Duitsers zich te verdedigen bij de Schelde. Toch was de slag nog lang niet gestreden.(15) Vrij onverwacht braken echter in Duitsland opstanden uit. In sommige steden werden reeds arbeidersraden opgericht. Duitsland had redenen om te vrezen voor eenzelfde lot als Rusland, waar de Tsaar inmiddels vermoord was en een verwoestende burgeroorlog was uitgebroken. De wapenstilstand ging in op 11 november. OH en Turkije waren Duitsland enkele weken eerder reeds voorgegaan. WO I was ten einde; 9 tot 12 miljoen mensen waren omgekomen.(16) VersaillesHet verdrag van Versailles werd op 14 juli 1919 ondertekend. De overwinnaars, de VS incluis, wilden nadrukkelijk dat Duitsland en OH de schuld aan de oorlog op zich zouden nemen.(17) Frankrijk kreeg de Elzas terug en verdeelde de Duitse koloniën met Engeland. Duitsland moest gebied afstaan aan de net opgerichte Poolse staat en mocht alleen nog een klein leger erop na houden. Gigantische Duitse herstelbetalingen werden vastgesteld. OH en het Ottomaanse Rijk werden opgedoekt. Een palet aan nieuwe staten ontstond op basis van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren; een ondoenlijke zaak in Midden-Europa, de Balkan en het Midden-Oosten.(18) Eenderde van de Hongaren bleek zich bijvoorbeeld uiteindelijk in het buitenland te bevinden. Servië kreeg haar zin met Groot-Servië in de vorm van Joegoslavië. Het Ottomaanse Rijk werd opgesplitst in tal van kleinere staten, waaronder Irak. Zeer tegen de zin van de Arabieren creëerde Engeland Palestina-Jordanië als mandaatgebied en vestigde daar het ‘nationale tehuis voor de Joden’. De Russen, verwikkeld in een burgeroorlog, deden niet mee in Versailles; ook daar ontstonden nieuwe staten. Vrijwel alle nieuwe staten ontwikkelden zich tot dictatuurtjes en potentiële brandhaarden. Engeland en Frankrijk hadden nu grotere koloniale rijken dat ooit, maar waren in werkelijkheid tot op het bot verzwakt. Het was dan ook de bedoeling dat het gigantische kaartenhuis van staten op orde zou worden gebracht door de Volkerenbond, onder feitelijke leiding van de VS. Wilson kreeg echter binnen 4 maanden na Versailles een beroerte en verdween in een rolstoel van het toneel. Hierdoor slaagde een meerderheid van het Amerikaanse Congres erin de toetreding te blokkeren. Het zijn Roosevelt en Truman die door WO II Wilson’s ideeën kunnen institutionaliseren, in de vorm van de VN, IMF en Wereldbank. Een nieuw palet aan staten ontstond door de hieropvolgende dekolonisatie.(19) De fase van de eigenlijke oogsttijd en definitieve implementatie volgt pas echt met de val van de Muur in 1989; wij bevinden ons hier nu middenin. Tussenbalans
Nog even terug naar WO I. Wat mij persoonlijk aan de hele gang van zaken opvalt, zijn de verstrekkende gevolgen van het beperkte denkraam en de persoonlijke sym- en antipathieën van een uiterst kleine groep mensen, hooguit 100 man, van alle betrokken grootmachten. Dus ook de Duitsers, al zijn ze wel degelijk erin geluisd. Zodra de realiteit anders bleek te zijn dan men het zich kennelijk had voorgesteld, werd niet de conclusie getrokken dat men zich dan van de verkeerde ideeën bediende, maar zocht men de werkelijkheid naar zijn hand te zetten door een steeds grotere dosis wilskracht aan te wenden. Überhaupt is oorlog in essentie een pure wilsuiteenzetting, waarbij het gezonde verstand als eerste sneuvelt en verbitterde gevoelens de boel nog verder opzwepen. Dit toonde zich op het slagveld vervolgens als een steeds grotesker en gruwelijker zelf gecreëerde werkelijkheid. Dit met name omdat de militairen als ze er niet uitkwamen al helemaal op nog meer wilskracht gingen sturen.(21)
Anno 2003 is het ideeëngoed van Wilson geïnstitutionaliseerd en dus de beschaafde norm, waaraan nog steeds de gedachte ten grondslag ligt dat problemen in eigen land buiten de grenzen opgelost moeten worden. Dit noemen we enkel geen expansie meer, maar internationaal overleg c.q. globalisering.(22) Het getouwtrek tussen de VS en de VN is wat dit betreft een klassiek voorbeeld van een schijntegenstelling: beide beroepen zich in essentie op de geest van Wilson (en Roosevelt). Centraal staat het willen realiseren van een wereldorde met een wereldregering, hetgeen stelselmatig tot wereldwijd ingrijpen leidt, vooral in economisch opzicht (IMF). Ook Nederland werkt opmerkelijk enthousiast mee aan het realiseren van deze doelstelling. De feitelijke ideeënloosheid en het gebrek aan realiteitszin zijn daarmee helaas hetzelfde gebleven. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat in toenemende mate duidelijk wordt dat we al met al nog steeds onderdeel zijn van een spelletje Risk. Inzake Irak en alles wat met het Midden-Oosten samenhangt, is het derhalve een illusie wanneer men enkel de VS de zwarte piet toespeelt. Men ziet bijvoorbeeld al te makkelijk over het hoofd dat de VN (dus ook Nederland) sinds 1991 een economische oorlog tegen Irak sanctioneerde, die de macht van Saddam Hoessein over zijn bevolking alleen maar versterkte en de gehele regio door het verbod op handel met Irak economisch destabiliseerde. Het zicht op dit soort zaken is beperkt, doordat onvoldoende beseft wordt dat het concept ‘oorlog’ reeds lang andere vormen heeft aangenomen. WO I is nooit opgehouden. Helaas zal het uiteindelijke gevolg van de huidige wereldcrisis vermoedelijk zijn, dat iedereen meer nog dan voorheen de VN en al die andere internationale instituties als enige reële alternatief zal omarmen. Mijns inziens is de belangrijkste les van WO I: ontwikkel je eigen ideeën, toets ze oprecht aan anderen, maar leg ze niet op. Dan komen juist op cruciale momenten geheel andere oplossingen in zicht. Dit kan ook een richtlijn zijn voor internationaal beleid, maar we zijn zo gewend aan het collectief één richting inslaan, dat dit voor de meeste mensen teveel van het voorstellingsvermogen vergt. Het zal uiteindelijk wel moeten. Geheel andere internationale organisaties zullen daardoor ontstaan; bruisketels van ideeën en geen dominoconstructies van door te drammen ideeënarmoede. Het is de moed in het uitvormen van eigen ideeën, niet het opleggen aan anderen, dat bij uitstek in de Europese geschiedenis een aantoonbare vernieuwende en verlevendigende uitwerking op de cultuur heeft gehad. Europa vernietigde in WO I zichzelf door deze grondslag van haar beschaving te verwaarlozen; het is de enige weg om zichzelf weer te hervinden. (23)
Naschrift: Noten:
(1) ‘De Andere Waarheid’, Andriessen, De Bataafsche Leeuw, 1999. |
themen
web-site
|