De Bilderberg Groep en de vorming van de EU
Arjen Nijeboer
|
11/1999
|
| |
|
Met name de Bilderberg Groep ligt ten grondslag aan de vorming van de EU. Voormalig UVA-politicoloog Kees van der Pijl heeft de activiteiten van Bilderberg aardig in kaart gebracht. Door Arjen Nijeboer
Het onderzoek van Dr. Kees van der Pijl
Voor UvA-politicoloog Kees van der Pijl was het werk van Carrol Quigley een belangrijke bron. In tegenstelling tot Quigley analyseert Van der Pijl de Round Table organisatie echter volledig in termen van klassenstrijd. Het volgens Quigley centrale aspect van het Angelsaksische 'cultuurimperialisme' doet Van der Pijl in zijn The making of an Atlantic ruling class (1984: 36), in een pagina's lange beschrijving van de kapitalistische en imperialistische motieven van de Round Table-groep, slechts af met: "Beiden [Rhodes en Stead] waren pupillen van van de Oxford-professor John Ruskin en deelden diens fantasieën over de 'Engelssprekende idee'.'' In zijn artikel "The Second Glorious Revolution'' (1995: 106-7) wordt slechts verwezen naar het al geci-teerde levensdoel van Cecil Rhodes, naar Rhodes' en Milners "aristocratische, 'ethisch-racistisch' concept van de Angelsaksische beschavingsmissie'' en naar de "cultuur van Angelsaksisch chauvinisme''. En dit artikel bevat notabene de stelling dat de Engelse Glorious Revolution van 1689, die Engeland voorbereidde op de Industriële Revolutie, zich na drie eeuwen in 1989 herhaald heeft, maar nu op wereldschaal met het Angelsaksische liberalisme als zegevierende macht, en bovendien met veel meer impact omdat de tweede revolutie plaatsvindt in een wereld met massaal desintegrerende staatsstructuren zodat het voormalige Oostblok en de Derde Wereld er geen weerstand tegen kunnen bieden. Kortom, over de culturele overwinning van het Angelsaksische kapitalisme.
Om dit te begrijpen, moeten we Van der Pijls (semi-)marxistische paradigma nader bekijken aan de hand van de door hem meest onderzochte organisatie: de Bilderberg Groep.
 De eerste Bilderberg bijeenkomst (Hotel Bilderberg Oosterbeek) |
Het idee voor de Bilderberg organisatie kwam van de illustere Pool Joseph H. Retinger. Aan het begin van de jaren '50 waren de anti-Amerikaanse gevoelens onder de West-Europese elite naar Retingers mening sterk gestegen. Retinger, een Poolse nationalist van katholieke afkomst, zag hierin een groot gevaar voor de strijd tegen het Oost-Europese communisme, waarvoor eenheid noodzakelijk was. Daar-om stapten Retinger en zijn vriend, Unilever-president Paul Rijkens, samen naar prins Bernhard met het voorstel om een informeel Atlantisch overlegorgaan op te zetten waar 'representatieve' Europeanen en Amerikanen binnenskamers hun meningsverschillen konden overbruggen en een gezamenlijke strategie voor het aanpakken van gemeenschappelijke problemen vinden, aldus Retinger in een interne handleiding uit 1962. Het zou een zeer besloten over-legorgaan moeten worden, hoofdzakelijk om dezelfde reden als de 'off the record'procedure bij de CFR: Bilderberg deelnemers dienen een 'groep boven de partijen' te zijn en moeten dus worden gevrijwaard van alle beperkingen die hun functies en partijlidmaatschappen met zich meebrengen. In Bilderberg kan men vrijuit spreken en plannenmaken zonder met wie ook rekening te houden. (Retinger in Bilderberg Conferences 1955; Van der Pijl 1984: 183-84; Hatch 1962: 270-71)
Retinger had "een aangeboren instinct voor intriges'', aldus Bilderbergalumni Charles D. Jackson, uitgever van Fortune en vice-president van het Time Life-concern. "Hij was een soort Eminence Grise van Europa, een Talleyrand zonder portefeuille.'' Naar verluidt stond Retinger model voor Ian Flemings James Bond. (Hatch 1962: 268; Klinkenberg 1986: 249n) Alden Hatch, de geautoriseerde biograaf van prins Bernhard, schrijft (1962-: 269):
 Ondertekening Verdrag van Rome, 1957 |
"Retinger was een uitzonderlijk mens, die rondreisde door Europa en op vertrouwelijke voet stond met minister-presidenten, leiders van vakbonden, grote industriëlen, revolutionairen en intellectuelen, kortom, alle niet-communistische leiders en belangrijke persoonlijkheden in de vrije landen van Europa. (...) Ofschoon men Retinger herhaaldelijk een typische achttiende-eeuwer heeft genoemd die in de twintigste eeuw leefde en werkte, is deze karakteristiek volkomen onjuist. Hij behoorde tot de Renaissance. In plaats van de sceptische, precieuze instelling die de karakteristiek was voor de achttiende eeuw, was Retinger een zeer godsdienstig mens en een hartstochtelijke waaghals, die uitging van het Jezuïtische dogma dat het doel de middelen heiligt; hij was uitgerust met een aanleg voor intriges, een Borgia waardig. Maar de doeleinden die hij nastreefde waren nooit egoïstisch. Ze waren altijd goed. Hoewel zijn naam nagenoeg onbekend is, behalve bij de ingewijden, heeft hij meer invloed gehad op de loop van de geschiedenis dan vele groten die met fanfares werden ontvangen en met escortes ingehaald.ë
 Prins Bernard in de topdagen van zijn internationale carriére (hier in de Scala van Milaan met Audrey Hepburn, 1966) |
Retinger zal echter ook al vroeg in dat Europese eenwording noodzakelijk was voor zijn plan voor de vorming van een Atlantische eenheid en stond, samen met Paul Rijkens en prins Bernhard aan de wieg van het Verenigde Europa. Rijkens schreef in zijn mémoires- (1965: 135):
"Na de Tweede Wereldoorlog heeft dr. Retinger zijn leven verder gewijd aan de versterking van de banden tussen de democratische landen van het Westen tegen de dreigende gevaren uit het Oosten. 'Europa' was zijn ideaal. Volgens een officiële publikatie van het Europese Culturele Centrum was "Retinger de centrale figuur bij de meeste grote congressen en in de meeste verenigingen en instituten die werkten aan de totstandkoming van de Organisatie voor Europese samenwerking, de Europese Beweging, en het Europese Culturele Centrum, dat zonder hem nooit zou zijn ontstaan. Het Europese Congres in Den Haag is op zijn initiatief gehouden en daaruit is de Raad van Europa voortgekomen.'' Deze man, die visie had en 'Finger-spitzengef¸hl', was echter niet alleen idealist, hij was ook realist, en hij begreep zeer wel dat het Verenigd Europa er alleen maar kon komen met de steun van de Verenigde Staten van Amerika."
Retinger, Rijkens en prins Bernhard lieten een aantal representatief geachte topfiguren uit Amerika en Europa opstellen schrijven over hun wederzijdse klachten, op basis waarvan de agenda voor de eerste Bilderberg-conferentie werd gehouden. Die vond plaats in mei 1954 in hotel De Bilder-berg in Oosterbeek. De kosten werden betaald door Unilever en de CIA. De conferentie werd een succes. Topambtenaar George McGhee van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en lid van de stuurgroep van Bilderberg zei: "De werkelijk bijzonder onaangename misverstanden tussen Europeanen en Amerikanen zijn op de eerste Bilderberg-conferentie uit de weg geruimd. Sedert die conferentie is er nooit meer zo'n scherpe kloof geweest tussen ons en Europa.'' (Hatch 1962: 271-75; Van der Pijl, 1984: 183)
 Lord Carrington als Secretaris-Generaal van de NAVO (ca 1984) |
Vanaf 1954 werden er jaarlijks een, een enkele keer twee, Bilderberg-conferenties gehouden. In 1956 werd een permanent bestuurscomité ingesteld, met Retinger als secretaris tot diens dood in 1960, dat de agenda opstelde en deelnemers uitnodigde, per keer tussen de 50 en 80. Prins Bernhard was voorzitter tot 1976, toen de Lockheed-affaire losbarstte en Bernhard aftrad om geen publieke aandacht op de Bilderberg Groep te vestigen. Hij werd opgevolgd door lord Home; de huidige voorzitter is lord Carrington, voormalig secretaris-generaal van de NAVO. De conferenties duren doorgaans 3 aaneengesloten dagen, waarbij ook de maaltijden en het vertier in de avonduren gezamenlijk wordt doorgebracht in afzondering van de buitenwereld. Eén van de regels is dat elke deelnemer ten allen tijde contact mag opnemen met een andere deelnemer om een probleem uit de wereld te helpen. Hiertoe wordt voor iedereen een adreslijst bijgehouden. Een en ander leidt tot een hechte groepscultuur, aldus Rijkens: "In de loop der jaren hebben we een soort broederschap opgebouwd, die steunt op vriendschap en wederzijds vertrouwen.'' (Hatch 1962:- 275-76; Thompson 1980:- 168; Salverda 1997: 14; Yearbook of International Organizations 1997, 1: 192)
Van de nu bestaande Westerse planningsgroepen poogt Bilderberg het meest haar interne zaken en ledenlijsten geheim te houden - wat nooit geheel lukt in een open samenleving als de onze; zie de collectie geheime Bilderberg-documenten in het Amsterdamse IISG-archief. (Bilderberg Conferences 1954-64) De Bilderberg-Groep doet nog minder dan de CFR aan publieke opinievorming en schrijft alleen rapporten voor de eigen deelnemers. Terwijl de CFR ook een externe denktank is die ingeschakeld kan worden door beleids-makers bij speciale problemen, gaat het bij Bilderberg om direct en continu overleg tussen de beslissers in politiek en bedrijfsleven zelf. Aan deelnemers is uitdrukkelijk verboden om binnenskamers besproken aangelegenheden openbaar te maken. Wel wordt van hen verwacht dat zij in de eigen kring informele steun zullen verwerven voor de eventueel bereikte consensus op de Bilderberg-conferenties, aldus Retinger in een geheime (uitgelekte) nota van november 1955. Echtgenotes - het aantal participerende vrouwen, waaronder koningin Beatrix, is op de vingers van een hand te tellen - worden op kosten van de Bilderberg-organisatie in winkelcentra losgelaten. Gemaakte notities worden aan het eind van de dag opgehaald en verbrand en de omgeving van de conferentie-accomodatie wordt van te voren door de politie afgezet. (Retinger in Bilderberg Conferences 1962; Hatch 1962: -276; Klinkenberg 1986:- 318-19)
 De Commissie Mc Carthy (Mc Carthy in het midden) |
De visie van Retinger dat er geen tegenstelling is tussen de 'pro-Europese' en de 'Atlantische' houding - zoals zo vaak wordt gesteld - maar dat het integendeel twee kanten van dezelfde medaille zijn, lijkt in Bilderberg-kringen vrij algemeen te zijn geaccepteerd. Het weinige dat van Bilderberg bekend is wijst er zonder meer op dat het functioneert als een orgaan dat eenheid heeft gesmeed tussen verschillende Atlantische groepen die allerlei meningsverschillen hadden maar door de situatie, met name de Koude Oorlog, gedwongen waren samen te werken. Tijdens de eerste Bilderberg-conferentie was er van Europese zijde grote irritatie over het optreden van de anti-communistische heksenjacht van senator Joseph McCarthy in de VS. Charles Jackson zei namens de Amerikaanse vertegenwoordigers echter dat het inherent was aan het Amerikaanse systeem dat een dergelijk figuur korte tijd invloedrijk kon zijn en dat Europa zich geen zorgen hoefde te maken: "Of McCarthy nu zal sterven door moordenaarshand, of wordt uitgeschakeld op de normale wijze waarop wij Amerikanen de wonde plekken in onze politiek genezen, kan ik u niet zeggen, maar wel geef ik u de verzekering dat als wij hier voor de tweede maal bijeenkomen, McCarthy van het Amerikaanse politieke toneel zal zijn verdwenen.'' Hatch schrijft dat toen McCarthy kort daarna inderdaad werd teruggefloten, het de Europeanen vertrouwen gaf in de VS en in de macht van de mensen die op de Bilderberg-conferenties verschenen.
Anderzijds was Bilderberg ook een belangrijke motor achter het proces van Europese eenwording. "Ik geloof dat het Verdrag van Rome, dat tot de EEG heeft geleid, is voorbereid tijdens Bilderberg-conferenties en belangrijke steun heeft ondervonden van de daar gevoerde besprekingen'', zei George McGhee. (Hatch 1962: 274-80)
Voor een beschouwing over de betekenis van Bilderberg volgens Van der Pijl, bekijken we eerst de marxistische geschiedsopvatting nader.
Sinds eeuwen staat in de filosofie één klassieke tegenstelling centraal: materialisme (het materiële bepaalt het ideële, ofwel de 'werkelijkheid' bepaalt hoe mensen denken) versus idealisme (het ideële bepaalt het materiële, ofwel de werkelijkheid is maar net wat je denkt dat ie is). Karl Marx koos voor het eerste en heeft dit algemene beginsel op een zeer vindingrijke manier toegepast op de maatschappelijke verhoudingen: de materiële zaken (economie; arbeids- en bezitsverhoudingen) bepalen de ideële zaken (het geestelijk leven; wereldbeeld, religie en wetenschappen). Bij Marx zelf heet het dat het (menselijk) bewustzijn wordt bepaald door de (economische) relatie met de materie. Je kunt grofweg twee relaties met de produktiemiddelen hebben: je kunt ze wel of niet bezitten. De economische structuur verdeelt de mensheid zo in twee klassen: de bezitters (financiers, industriëlen) en de niet-bezitters (arbeiders). De bezittende klasse is in staat om te bepalen wat er gebeurt, simpelweg omdat ze zeggenschap heeft over haar bezit. De arbeidende klasse is gedwongen om aan de plannen van de bezittende klasse mee te werken, omdat ze op korte termijn in haar levensonderhoud moet voorzien.
De cultuur die de beide klassen ontwikkelen, is dus een directe afspiegeling van deze objectieve, economische verhoudingen. Er zijn dus basaal twee manieren om naar de wereld te kijken: de 'rechtse' (liberale) manier die samenhangt met de economische positie van bezitters, en de 'linkse' (socialistische) manier die idem samenhangt met de arbeiders. Zo is religie voor de bezitters een middel om de arbeiders zoet en kinderlijk afhankelijk te houden, en voor de arbeiders om tijdelijk hun ellende te vergeten door het sprookje van het betere hiernamaals. Maar met een of andere werkelijk bestaande god heeft het natuurlijk niets te maken. Waarheid bestaat niet, alles is ideologie. Beide klassen kunnen zichzelf voor de gek houden dat ze andere motieven voor hun handelen hebben, in werkelijkheid is er slechts de drijfveer van de klassenstrijd.
Aangezien de arbeiders potentieel in staat zijn zich van hun omstandigheden bewust te worden en ze dan met geweld zullen veranderen, dienen de heersende klassen constant strijd te leveren teneinde hun posities te behouden. Bovendien zijn er ook tussen de heersende klassen onderlinge meningsverschillen, onder meer door de verschillende belangen die hun basis hebben in de economische structuur. Zo hebben financiers belang bij een hoge rentestand en industriëlen bij een lage. Maar ze moeten samenwerken, omdat ze alleen gezamenlijk het kapitalistische systeem waar ze beide van profiteren, omhoog kunnen houden. Deze strijd zorgt ervoor dat er geen vast machtscentrum is, maar alleen machtsposities. In het dialectische proces van tegenstellingen en strijd dat zich dagelijks in de maatschappij afspeelt, wordt uitgemaakt wie die posities bezet. In de visie van Van der Pijl is de belangrijkste functie van planningsgroepen dan ook het vormen van ontmoetingsplaatsen voor verschillende delen van de heersende groepen die onderlinge meningsverschillen hebben, maar door de situatie gedwongen zijn om daar een gezamenlijke uitweg uit te vinden (1995b):
"De macht van deze planningsgroepen [de Round Table, de Mont P'lerin Society, Bilderberg, de Trilaterale Commissie en de CFR] is groot, maar nooit groter dan de macht van het kapitaal waarvan zij het centrale zenuwstelsel vormen. Dus in een crisissituatie (bv. 1930 of 1970) zitten ook deze groepen in de problemen. Ik moet hier direct aan toevoegen dat het begrip 'groep' enigszins misleidend is. Van de bovengenoemde groepen was er, met uitzondering van de Mont P'lerin Society die een neo-liberale 'evangelisatie' beoogde, niet een die bij voorbaat één bepaalde politiek voorstond. Integendeel, van de Round Table tot en met de CFR gaat het om ontmoetingsplaatsen voor vertegenwoordigers van de meest uiteenlopende standpunten en bijvoorbeeld Bilderberg en de Trilaterale Commissie zijn ontstaan uit crisissituaties die met ernstige onderlinge meningsverschillen gepaard gingen. Wat de leden verenigt is slechts het streven naar behoud en bestendiging van de kapitalistische verhoudingen, maar hoe... Daarvoor komen ze nu juist bij elkaar en daarvoor is vaak geheimhouding nodig (vooral om de onderlinge meningsverschillen binnenskamers te houden), daarvoor moeten ze boven de partijen staan, enzovoort. Is eenmaal een concensus bereikt, dan is de groep 'machtig' in de zin dat langs dezelfde veelheid van kanalen waarlangs eerder de verschillende opties bij elkaar kwamen, nu de optimaal geachte strategie weer terug kan keren, ditmaal bekleed met het informele gezag en de officieuze stempel van de 'groep'. Maar dat er een permanent machtscentrum zou bestaan, is fictie en zou geen recht doen aan de complexe werkelijkheid van de moderne kapitalistische maatschappij.ë
 Detlev Rohwedder |
Een voorbeeld van hoe politieke processen in het licht van het bovenstaande verlopen, is Van der Pijls "Handling the Perestroika challenge''-paper (1994). Tijdens de Koude Oorlog waren verschillende Europese en Atlantische groepen door de dreiging van de Sovjet-Unie gedwongen tot samenwerking. Toen de Sovjet-Unie in de jaren '70 steeds verder stagneerde, werd het Atlantisch-Europese bondgenootschap dan ook weer losser en toen de Sovjet-Unie door de start van de Perestroika-politiek te kennen gaf volledig vastgelopen te zijn, viel de Atlantische (voornamelijk Amerikaans-Duitse) alliantie volledig uiteen. Binnen voornamelijk Bilderberg en de Trilaterale Commissie brak strijd uit tussen de Deutsche Bank-fractie enerzijds en de Dresdner Bank en Amerikaanse bank- en industriële netwerken (de Atlantische fractie) over de vraag wat men met Oost-Europa moest doen nu de Sovjet-Unie aan het instorten was. De Deutsche Bank stond een zachte sanering voor onder leiding van een Europese ontwikkelingsbank, gevolgd door de implementatie van een 'Rijnlands' kapitalisme; de Atlantische fractie een harde sanering onder leiding van Amerikaanse investeringsbanken, gevolgd door een Angelsaksisch kapitalisme.
 Alfred Herrhausen |
 De auto van Herrhausen werd getroffen door een van afstand bediende bom onder het asfalt. |
De Deutsche Bank-groep was daarbij in het voordeel door de al bestaande relaties met het Oostblok die gelegd waren tijdens de Ost-politik. Na een aantal met ruzie gevulde Bilderberg-bijeenkomsten werd Deutsche Bank-topman Herrhausen in november 1989 vermoord, evenals Treuhand-voorzitter Rohwedder (die de Oost-Duitse privatiseringen leidde) in 1991. Hun plaatsen werden door leden van de pro-Amerikaanse Atlantik-Br¸cke ingenomen en de Deutsche Bank-fractie stortte in. Amerikaans kapitaal nam de prominente rol van de Deutsche Bank in Oost-Europa over en vormde de nieuwe verhoudingen naar haar wezen.
Webdesign optimiert für Firefox
|