contact  zoeken  impressum 
  
 links 

 

Wat is sociale driegeleding?

De driegeleding streeft naar een grondleggende vernieuwing van de structuur van de samenleving en een meer op maat toegesneden omgang met maatschappelijke vraagstukken, zonder zich hierbij a priori op een of ander inhoudelijk partijprogramma vast te leggen. De concrete beleidsvorming wordt open gelaten: de driegeleding zal op ieder moment naar gelang de maatschappelijke ontwikkelingen opnieuw vormgegeven moeten worden. Daarin onderscheidt de driegeleding zich van de partijpolitiek.

Voorwaarde voor een gezonde maatschappelijke structuur is de differentiatie van de samenleving in drie gebieden: geestesleven (cultuur, opvoeding en onderwijs), economisch leven en rechtsleven. Deze drie vormen zich autonoom en kunnen juist daardoor ieder afzonderlijk tot bloei komen én elkaar op constructieve wijze versterken. Zo mag bijvoorbeeld het rechtsleven, d.w.z. de staat, niet in de autonomie van het geestesleven ingrijpen door onderwijsinhouden voor te schrijven. Pas wanneer de gebieden autonoom en niet vermengd zijn, kunnen ze hun eigen wetmatigheden tot uitdrukking brengen en de eigen idealen nastreven: vrijheid in het geestesleven, gelijkheid in het rechtsleven, broederschap in het economisch leven. Pas door differentiatie zijn deze idealen van de Franse revolutie tot leven te wekken; worden ze vermengd, dan heffen ze elkaar wederzijds op. Gelijkheid in het geestesleven werkt bijvoorbeeld vernietigend uit: iedere innovatie zou in de kiem gesmoord worden. Vrijheid in het rechtsleven leidt tot ondergraving van alle wetgeving.

Vanuit het vrije geestesleven worden de vaardigheden opgebouwd die de mensheid voor haar ideële en materiële onderhoud en verdere ontwikkeling nodig heeft. Vaardigheden kunnen zich enkel vanuit een vrije geest ontwikkelen. Alles wat met vaardigheden samenhangt behoort tot het bereik van het geestesleven. Ondernemers met een reële, niet enkel op economische macht gebaseerd talent voor het leiden van een bedrijf behoren net zozeer tot het geestesleven als onderwijzers of kunstenaars. Voorts zijn alle vormen van kapitaal- en kredietwezen uiteindelijk een kwestie van de vaardigheid om een economisch proces vanuit kapitaal vorm te geven, en daarmee een zaak van het geestesleven. Daartoe moet het kapitaal door het geestesleven gecontroleerd worden en aan competente mensen vrij ter beschikking gesteld worden tot aan hun dood of pensionering. Daarna vloeit het kapitaal weer terug door schenking naar een nieuwe getalenteerde ondernemer, omdat het niet meer erfelijk is, maar gebonden aan vaardigheden. Net zo is het beoordelen van een ander persoon een vaardigheid, die alleen persoonlijkheden van het vrije geestesleven kunnen hebben. Op deze basis moet de jurisdictie uit het gebied van de rechtsstaat gelicht worden. De aangeklaagde moet zelf de rechter, die hij als meest competent ziet uit het vrije geestesleven kunnen kiezen. Dat garandeert de kwaliteit in de rechtsspraak, in plaats van een werkelijkheidsvreemde jurisprudentie.

Gedachten zijn vrij en daarom zijn auteursrechten een aanmatiging en zelf geestelijke diefstal. De mens moet geestelijk vrij zijn en dientengevolge zijn opgelegde groepsverbanden met daarin impliciete groepsgebonden verplichtingen zoals taal en allerhande morele opvattingen in principe af te wijzen. Daarom: ieder mens is een minderheid. Een vrij geestesleven moet als maatschappelijke geleding autonoom zijn, waarbinnen een op vrijheid gericht tolerant samenwerken door corporaties mogelijk gemaakt wordt.

Het economisch leven bestaat uit warenproduktie, warencirculatie en warenconsumptie. Hierdoor worden de menselijke behoeften bevredigt. De behoeften worden door associaties gepeild, hetgeen resulteert in een met de behoeften overeenkomende markt- en prijsregulering. Tot de economie behoort ook de valuta. Zonder produktiemiddelen valt er niets te ruilen. Het geld moet daarom daar ontstaan, waar produktiemiddelen ingezet worden, d.w.z. decentraal, in elk afzonderlijk bedrijf, en ook weer verdwijnen, wanneer deze niet meer produceren. Enkel geld wat op deze wijze ‘verjaard’ kan iedere vorm van inflatie doen verdwijnen.

In het rechtsleven, het eigenlijke domein van de staat, is voor de wet iedereen gelijk, en staat ieder de ander als gelijke tegenover. In het rechtsleven worden alle zaken democratisch tot gelding gebracht, die afhankelijk zijn van het oordeel en beoordelingsvermogen van ieder mondig geworden mens. De staat is echter niet het aloverkoepelende bouwwerk voor de burgermaatschappij, maar enkel een geleding naast het geestesleven en economisch leven. Door de democratisering van de overheid had de bevoogding van geestesleven en economisch leven door ‘vadertje staat’ eigenlijk allang vervangen moeten zijn door meer autonomie voor afzonderlijke maatschappelijke gebieden. Hier is echter niets van te merken en daarom bestaat de meest dringende opgave eruit om het geïnstitutionaliseerde machtsmonopolie van de staat in naam van vrijheid en broederschap af te wijzen en om een halt toe te roepen aan de staatsdictatuur van culturele en economische regelgeving .

Daarom richt de driegeleding zich niet op de politieke macht om zo de maatschappelijke verhoudingen te veranderen, maar wil ze zich baseren op in vrijheid gewonnen inzichten en de economische en ecologische noodzaak in onze geglobaliseerde wereld.

Spenden